“Wil je wat komen vertellen over spiritualiteit?
In relatie tot psychische kwetsbaarheid.”
Mooie uitnodiging.
Eén die precies valt op het snijpunt waar mijn leven zich afspeelt: de plek waar innerlijk weten en diep verdriet elkaar raken.
“Ja hoor,” zeg ik.
En denk later: hoe spreek je over wat je eerder erváárt dan begrijpt?
Waar het begon
Als kind had ik ervaringen buiten het alledaagse, nog vóór ik daar taal voor had.
Ik zag licht om mensen heen, en soms verschenen er beelden. Dan leek de tijd even stil te vallen en ontvouwde zich in mijn blikveld een flard van een verhaal — in een onbekende beleving, met personages die ik niet kende.
Mijn dromen waren intens: verdrinken, slangen, vluchten, vuur.
En er was altijd angst om iemand te verliezen van wie ik hield.
Ook registreerde mijn systeem de binnenwereld van anderen alsof die van mij was: stemmingen, energie, gedachten, de sfeer in ruimtes.
Familie noemde het “te gevoelig”, maar mijn verklaring is dat ik oppikte wat er onder de oppervlakte leefde.
Alsof het zichtbare en onzichtbare door elkaar liepen.
Van symptomen naar betekenis
Toen ik ouder werd, ging het alle kanten op. Intens blij, en zomaar diepbedroefd.
Hulpverleners, antidepressiva, woorden als misschien en waarschijnlijk over diagnoses die ikzelf niet vond passen.
Er werd gekeken naar symptomen alsof mijn ervaringen losse puzzelstukjes waren.
Maar voor mij zijn het sporen naar binnen.
Een deur naar een laag die dieper is dan psychologie alleen.
Ik begon te zien dat mijn energetische gevoeligheid en mijn psychische kwetsbaarheid geen twee losse werelden zijn.
Ze bewegen in dezelfde stroom.
Het ene opent me naar een ruimer veld van voelen en waarnemen,
het andere wijst naar plekken waar nog iets ouds leeft.
Alsof dezelfde deur zowel licht als pijn binnenlaat — en beide me dichter bij mijn eigenheid brengen.
Ziel als richting
Nu kijk ik vanuit meerdere lagen tegelijk: energetisch, systemisch, psychologisch.
Met mijn ziel als richtinggever:
het innerlijke weten dat ouder is dan dit menszijn,
dat spreekt via je hart, lichaam, dromen en verlangens.
Schaduwwerk, individuatie en de alchemie van veranderen
En misschien is het spirituele pad dat ik bewandel niet zo anders dan wat Jung het proces van individuatie noemt —
de beweging waarin je steeds meer wordt wie je in wezen bent,
geleid door een innerlijke laag van bewustzijn die dieper reikt dan het persoonlijke verhaal,
en afgestemd op een groter geheel dat je niet met het hoofd kunt begrijpen, maar wel met het hart kunt voelen.
Voor mij begint dat bij luisteren naar wat er onder de oppervlakte leeft.
Licht én schaduw herkennen als delen van dezelfde stroom.
Niet zweverig, niet buiten het leven om,
juist midden in relaties, keuzes, kwetsbaarheid,
en in de manier waarop je jezelf steeds opnieuw bij elkaar brengt.
Een van de sleutels in dat proces is schaduwwerk.
Jung sprak over de schaduw: alles wat ooit werd weggestopt omdat het niet veilig was —
onzekerheid, schaamte, angsten, woede, verlangens, je niet goed genoeg voelen.
Het verdwijnt niet; het verschuift naar binnen.
En precies dáár begint het werk:
niet door te fixen wat “fout” lijkt, maar door te voelen wat vergeten is.
In dat schaduwwerk hebben de echo’s van generaties en eerdere levens voor mij ook een plek.
Zoals Maarten Oversier zegt: we dragen niet alleen ons eigen verhaal,
maar ook dat van onze voorouders.
En dat laat zich niet wegdrukken; het leeft door —
in lichaam, relaties, reacties.
Precies waar het schuurt, begint iets zich te ontvouwen.
En dat ontvouwen is niet alleen donker.
Het is een vorm van alchemie.
Juist in de rauwe stukken ontstaat iets lichts:
een oud verhaal dat oplost,
een patroon dat zacht openbreekt,
ruimte die vrijkomt.
Dankbaarheid die niet gezocht hoeft te worden, maar verschijnt.
Joy die helder is in plaats van luid —
alsof de ziel fluistert:
Zie je wel, dit kon je dragen.
Misschien is dát de echte transformatie:
dat donker en licht samenkomen in iets nieuws,
en je vrijer wordt omdat je bent gebleven.
Wat ik wil delen
En dan kom ik terug bij die vraag: wil je komen vertellen?
Alleen al dat verzoek raakt iets in mij. Iets ouds, iets kwetsbaars.
Mijn eerste impuls was: Ja, ik wil.
Daaronder fluistert onzekerheid en iets dat lang stil is geweest: Wordt mijn stem gehoord?
Hoe pak ik het aan?
Misschien lees ik een stukje voor uit een van mijn verhalen —
de vibratie van voelen, afgewisseld met stilte.
En nodig ik anderen uit om te ervaren en delen wat er in hen leeft —
Het hoeft niet groots.
Alleen echt.
Retespannend — ja.
En precies daar begint het verhaal.
The good, the bad & the beautifully messy.

